Pa Kip en Moe Haan

Zouden naar Amsterdam toe gaan

Ze gingen op de fiets

Want autorijden in

Amsterdam vonden ze niets.

 

Aangekomen in Amsterdam,

Schrokken ze zich lam,

Wat een mensen  massa op de dam

Pa Kip zei toen tegen Moe Haan

Waar moet onze fiets nu staan

 

Moe lacht,

Die parkeren we in de gracht

Daar is geen parkeer verbod

Einde van dit zotte gedicht

Al is de nacht donker,de morgen brengt licht.